Boogschieten

De meest voorkomende boog waarmee wordt geschoten is de recurveboog. Daarnaast wordt ook de compoundboog gebruikt en in mindere mate de barebow. Alle bogen zijn er in verschillende afmetingen en gewichtsklassen. Dit is afhankelijk van lichaamsbouw en conditie. Ook zijn er verschillende bogen voor mensen die linkshandig of rechtshandig zijn.
De compoundboog heeft katrollen waardoor de trekkracht van de boog wordt verdeeld. Er kan dan met grotere kracht worden geschoten waardoor de pijl een hogere snelheid bereikt.
Zowel op recurve- als op compoundbogen worden als hulpmiddelen een vizier en stabilisatoren gebruikt. De barebow is een recurveboog zonder vizier en stabilisatoren.

Steeds meer in opmars komen de traditionele bogen. In onze vereniging wordt naast de recureboog, de barebow en de compoundboog ook geschoten met de longbow, de flatbow, develdboog en de ruiterboog. Deze traditionele bogen zijn geheel of gedeeltelijk van hout en ze worden meestal gebruikt in combinatie met houten pijlen.

Als bescherming gebruikt de schutter een vingertab, een armbeschermer en een borstbeschermer. De laatste is bedoeld om niet met de pees van de boog in de kleding te blijven hangen. Een strak shirt, liefst met lange mouwen, is aan te bevelen. De outfit van de schutter bestaat verder nog uit een pijlenkoker met minimaal vier pijlen.

De meeste schutters beoefenen het doelschieten. Het blazoen heeft de kleuren geel, rood, blauw, zwart en wit. De puntentelling is van buiten naar binnen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10. De officiële afstanden waarover wordt geschoten zijn vastgesteld door de Fédération Internationale de Tir à l’Arc (FITA).
In een binnen-accommodatie zijn de afstanden 25 en 18 m, waarbij een blazoen gebruikt wordt met een diameter van respectievelijk 60 en 40 cm.
Buiten zijn de officiële afstanden voor heren 90, 70, 50 en 30 m en voor dames 70, 60, 50 en 30 m. Voor 90, 70 en 60 m wordt een blazoen gebruikt met een diameter van 122 cm en voor 50 en 30 m een blazoen van 80 cm.

Het veldschieten is een vorm van boogschieten waarbij de schutters een uitgezette ronde afleggen in een bos, natuurgebied of andere mooie locatie. De doelen worden in het terrein geplaatst waarbij de parcoursbouwers de mogelijkheden van het terrein gebruiken om voor de schutters een interessante wedstrijd te organiseren.
De blazoenen hebben een diameter die varieert van 20 tot 80 cm en worden geplaatst op bekende en onbekende afstanden van 5 tot 60 m afhankelijk van het type boog. Het blazoen heeft de kleuren geel en zwart. De puntentelling is van buiten naar binnen 1, 2, 3, 4, 5 en 6.

Ook is er nog de 3D-discipline, waarbij de schutters net als bij het veldschieten een uitgezette ronde op een mooie locatie afleggen. Er wordt geschoten op driedimensionale imitatiedieren, gemaakt van kunststof. Op de dieren is de zogenaamde ‘killzone‘ aangegeven: één schot op deze plek zou fataal zijn, en is daarom het hoogste aantal punten waard.
De afstanden zijn altijd onbekend, maar variëren tussen de 5 en de 60 meter afhankelijk van het type boog en leeftijdscategorie. De puntentelling is 20, 14, 8 voor kills en 17, 11, 5 voor hits (Wel raak, maar niet in de killzone).
barebow, recurveboog zonder vizier
flatbow, houten boog met venster
recurveboog, met vizier en stabilisatie
compoundboog, met vizier en stabilisatie
ruiterboog, houten boog zonder venster
longbow, houten boog zonder venster
fieldbow, houten recurveboog uit één stuk